Floris Jespers
(Borgerhout, 1889 – Antwerpen, 1965)


>> Aangeboden kunstwerken zijn te vinden op de pagina ART.

Floris Jespers, Paul van Ostaijen in het atelier van de kunstenaar, 1917 (41 x 26 cm; zwarte inkt, lavis en zwart krijt // gesigneerd)

Met dit portret van Paul van Ostaijen vereeuwigt Floris Jespers de uitvinding van de historische avant-garde in Vlaanderen op papier. De Antwerpse dichter en kunstcriticus had zich in 1917 immers tot de geestelijke leider van een Vlaamse voorhoede gekroond. Van Ostaijen was zonder meer het verst doorgestoten in zijn verkenning van fauvisme, futurisme, expressionisme en kubisme. De dandyeske dichter wordt door Jespers geportretteerd als ‘een denkend kunstenaar’. Aan tafel zit een vastberaden jonge schrijver die Vlaanderen met zijn kennis over de moderne tegenbewegingen wil gidsen naar een nieuwe cultuur. Jespers verwezenlijkt in dit portret wat Paul van Ostaijen in 1917 aan zijn artistieke discipelen voorschreef: het overdrijven van de essentiële eigenschap en het afzweren van een gedetailleerde uitwerking.

Het portret kreeg via Walden een plek in de permanente collectie van het Letterenhuis (Antwerpen). Het is ook het onderwerp van een genummerde zeefdruk met een nieuw gedicht van Antwerps stadsdichter Maarten Inghels en een publicatie i.s.m. het Paul van Ostaijen Genootschap, beide op deze pagina te bezichten én verkrijgbaar in de galerie.

Antwerps straatje maakte tot medio jaren zestig deel uit van de collectie van Willem Elsschot. Met de Antwerpse schrijver deelt de jonge Floris Jespers een fascinatie voor wat omstreeks de Eerste Wereldoorlog een belangrijk nieuw topos is in literatuur en beeldende kunst: het leven in de stad. Met nerveuze potloodtrekken suggereert Jespers in deze tekening de dynamiek van jong leven in een steedse achterbuurt.
In Futuristische stad verkent Floris Jespers de mogelijkheden van de moderne -ismen om de dynamiek van het leven in de grote stad te verbeelden. Jespers maakt in 1918 deel uit van de Antwerpse ‘dynamiekers’ die zich rond de toonaangevende dichter-criticus Paul van Ostaijen geschaard hebben. In deze monotype toont hij zich een pionier van de abstracte kunst en de historische avant-garde in Vlaanderen.

In 1917-1918 verkent Floris Jespers de moderne -ismen. Hij maakt in die jaren een reeks monotypes waarin hij invloeden van kubisme, expressionisme en futurisme naar zijn hand zet. Te midden de radicale vormexperimenten blijft Jespers’ eigenheid overeind door het gebruik van een opmerkelijk zacht koloriet. In Portret van een dame gaat Jespers in een waaier van naast elkaar geplaatste pasteltonen op zoek naar ‘essentiële’ vormen.

Floris Jespers is een van de verkenners van de Antwerpse voorhoede die tijdens de Eerste Wereldoorlog experimenteerde met expressionisme, kubisme en futurisme. Deze nieuwlichters wilden komaf maken met de in hun ogen gezapige Belgische cultuur én Vlaanderen aansluiting doen vinden bij de internationale avant-garde. De gids van deze opstandige jongeren was de dichter Paul van Ostaijen.

In Portret zijn de invloeden van de moderne -ismen duidelijk aanwezig. In hoekige lijnen streeft Jespers naar een abstraherende synthese. Of met een knipoog naar Van Ostaijens woorden: naar het essentiële als kenmerkende eigenschap. Portret sierde in 2o16 de cover van de tentoonstelling die het Paul van Ostaijen Genootschap inrichtte naar aanleiding van de honderdste verjaardag van Van Ostaijens debuutbundel Music-Hall.