Paul Joostens
(Antwerpen, 1889 – Antwerpen, 196o)


>> Aangeboden kunstwerken zijn te vinden op de pagina ART.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog is de musichall de biotoop van een generatie jeugdige schrijvers en schilders. Ze dompelen er zich onder in het bonte uitgaansleven van de metropool. In 1916 geeft Paul van Ostaijen, als onbetwiste leider van de generatie nieuwlichters, zijn debuutbundel niet zomaar de titel Music-Hall mee.

Datzelfde jaar maakt Joostens deze tekening. Het werk maakt vervolgens bijna een eeuw lang deel uit van de collectie van Fernand Berckelaers, de bezieler van Het Overzicht die naam en faam verwierf als Michel Seuphor. Zonderling in de musichall is niet zomaar een impressie van een burgerlijke uitspatting.

Opvallend is de afstand die lijkt te bestaan tussen de voorstellingswereld van de figuur in de voorgrond en die van de minder uitgewerkte musichallbezoekers in de achtergrond. Met papier in de aanslag lijkt de zonderling (ongetwijfeld een geletterde, het zou zomaar een poëet of een artiest kunnen zijn) helemaal klaar om zijn kritische observaties te vereeuwigen.

Schandaal! De weinig fatsoenlijke omgang van jong artistiek geweld met het klassieke naakt doet aan de vooravond van de Grote Oorlog stof opwaaien in cultuurminnend België. In 1912 sturen moderne -isten – de Duitse expressionisten Emil Nolde en Albert Weisgerber op kop – zogenaamd aanstootgevend werk in voor een Internationale tentoonstelling van godsdienstige kunst in Brussel.
Nog in 1912 wordt de jonge dichter M.B. Ledegouwer van school verwijderd omdat zijn poëticale cultus van het naakt niet spoort met wat de directie van het Gentse Atheneum pedagogisch voorstaat.

Edward Léonard, broer van de bekende Antwerpse constructivist Jos Léonard, neemt het op voor de vernieuwingsgezinde jeugd die zichzelf (en de mensheid) wil bevrijden van een benepen omgang met religiositeit en lichamelijkheid.

In die context komt Paul Joostens’ verbeelding van De schepping helemaal tot haar recht. Het voorgestelde trio wordt in een wel erg paradijselijke staat van naaktheid afgebeeld. Het wilde kleurgebruik weerspiegelt Joostens’ allervroegste experimenten met fauvisme, expressionisme en futurisme.