Victor Delhez

Antwerpen, 19o1 – Mendoza (Argentinië), 1985

‘A Victor Delhez, Flamand d’Argentine, xylographe. Ami lointain et pourtant le plus proche’. Met die woorden begint Michel Seuphor, sleutelfiguur uit de Belgische kunst, in 1943 een opdracht op de eerste bladzijde van zijn roman ‘La Maison Claire’. Net als Seuphor zelf was Delhez – ‘le meilleur ami de ma jeunesse anversoise’ – in 1925 op zoek gegaan naar nieuwe horizonten. Terwijl de avant-garde in Vlaanderen stilaan doodbloedde, verkaste Seuphor naar Parijs om zijn streven naar artistieke vormvernieuwing te verdiepen. De hout- en linosnijder zag het ruimer en scheepte in voor Zuid-Amerika.


>> Aanbod >> Over Delhez >> Archief
Image
Victor Delhez & Michel Seuphor rond 1922. Collectie Letterenhuis, Antwerpen

Over Victor Delhez


Voor hij de wijde wereld introk en voet aan de grond kreeg in Argentinië, had Victor Delhez al naam gemaakt als verkenner binnen de Vlaamse artistieke voorhoede. Nadat hij tijdens de oorlogsjaren bouwkunde had gestudeerd aan de Antwerpse academie, leverde hij in de naoorlogse jaren illustraties aan voor verschillende Vlaamse tijdschriften. Van 'Vlaamsche Arbeid' tot 'Het Overzicht'. Voor dat befaamde avant-gardetijdschrift van Michel Seuphor en Jozef Peeters verzorgde hij ook twee posters. Het Overzicht gaf in 1922 bovendien Delhez’ map met 'Tien Vlaamsche Koppen' uit.

Doorgaans gaat het in deze vroege periode om expressionistische hout- en linosneden waarin Delhez met abstraherende vlakken het zwart-witcontrast, eigen aan het medium, optimaal benut. Dat geldt zeker ook voor de map '15 houtsneden', waarvoor Jozef Muls in 1925 het voorwoord verzorgt. Zijn illustraties uit 1924 voor het tijdschrift 'Zaïre'. Orgaan der Vlaamsche kolonialen lijken erop te wijzen dat in deze jaren het verlangen rijpt om zich los te trekken uit de Vlaamse klei.

Misschien vond Delhez pas echt zijn stijl in Zuid-Amerika. Hij wisselde er abstracte experimenten af met expressionistische en magisch-realistische beelden. Zijn technische meesterschap komt tot uitdrukking in de tonaliteiten die hij in zijn drukken weet te leggen. Die voortreffelijke beheersing van een rijk palet aan tussentonen loopt als een rode draad doorheen Delhez’ oeuvre. Toch maakte die technische verfijning hem niet blind voor de experimentele mogelijkheden van nieuwe media. Zo stelde Delhez in 1929 bijvoorbeeld abstracte en surrealistische foto’s tentoon in Buenos Aires. In diezelfde stad krijgt hij begin jaren dertig ook twee bijzonder succesvolle tentoonstellingen. Delhez’ kunstenaarsfaam groeit en reikt van Argentinië tot in Parijs.

Na de Tweede Wereldoorlog maakt Delhez een opvallende reeks ‘bagatel-lino’s’. Deze abstracte composities zijn speelse vorm- en kleurexperimenten die lezen als een ingetogen commentaar bij de heropleving van de abstracte kunst in de naoorlogse jaren. Delhez had ogenschijnlijk meer reserves bij die evolutie dan zijn oude jeugdvriend.
Seuphor maakte in de jaren 195o carrière als historiograaf van de abstracte kunst in Europa. In zijn naslagwerk over de abstracte kunst in België vermeldt hij Delhez als een van de pioniers van die abstractie kunst. Een status die Delhez ook kreeg toebedeeld tijdens de huldetentoonstelling van G 58 over De eerste abstrakten in België.

In de jaren 196o en 197o wordt het belang van de historische avant-garde – nog meer dan al het geval was in de jaren 195o – herleid tot de vraag wie als eerste volwaardig abstract werkte. Delhez ergert zich aan dit discours omdat het altijd zijn overtuiging geweest is dat ‘abstract zijn’ geen artistieke verdienste an sich is. Kunst moest zijns inziens meer zijn dan een mooi prentje. Mede daarom schrijft Seuphor in 198o aan zijn oude vriend: ‘Nous sommes les survivants d’un autre monde.’

© Walden Art Stories
Archief

‘Mais j’affirme que les gravures de Delhez contiennent une plus grande sédimentation de vie profonde, d’humanité secrète, ce qui fait que cet art est destiné à conquérir plus sûrement, à parler plus longuement à l’homme, à s’unir plus intimement à l’amalgame de secrets qui constitue la vie de notre âme.’

Michel Seuphor, ‘Victor Delhez, xylographe’, Le xxème Siècle, 21 maart 1937